De
kinesist kijkt of er tekorten zijn op grof-motorisch,
fijn-motorisch of psychmotorisch vlak.
De therapie is individueel en aangepast aan
de noden van het kind.
De frequentie is gewoonlijk tweemaal per week 25 minuten.
In samenwerking met de leerkracht worden de
fijnmotorische oefeningen meegenomen naar de klas
en het kind kan dan tijdens het verloop
van de week verder oefenen.
Er wordt voor elk kind een behandelingsplan opgemaakt
met welbepaalde doelstellingen.
Dit wordt besproken tijdens de klassenraad en
op het einde van het schooljaar volgt er een eindevaluatie.
|